Oude wetgeving

Tot en met 2016 kan de DGA in eigen beheer een pensioenvoorziening opbouwen. De DGA is zowel werknemer als werkgever. In tegenstelling tot andere werkgevers en werknemers hoeft de pensioenvoorziening niet bij een pensioenfonds of bij een verzekeraar te worden ondergebracht. Voor de DGA is dit interessant omdat het geld binnen de onderneming kan blijven.coins-1523383__180

Als werknemer krijgt de DGA een pensioentoezegging van de BV (pensioenbrief). De BV treft als werkgever hiervoor een pensioenvoorziening. De jaarlijkse storting in de pensioenvoorziening wordt berekend met behulp van gespecialiseerde berekeningssoftware of door een actuaris. De storting is aan een fiscaal maximum gebonden.

Jaarlijks wordt zowel een fiscale als een commerciële waarde van de pensioenvoorziening vastgesteld. Ook hiervoor is een actuariële berekening nodig. Deze berekening houdt onder andere rekening met rente. Voor de fiscale waarde is dat (minimaal) 4% en voor de commerciële waarde de marktrente. Bij de commerciële waarde wordt ook rekening gehouden met salarisstijgingen en indexaties voor de toekomst. (zie RJ 271 en uiting RJ 2014-4)

Kleine rechtspersonen mogen de balans op stellen volgens fiscale grondslagen. Gegeven de dividendklem is dit ook wat er in de praktijk gebeurd. De commerciële waarde wordt dan gebruikt om te toetsen of de BV voldoende vermogen heeft om dividend uit te keren.

DGA’s en de belastingdienst vinden de huidige wetgeving te ingewikkeld, te kostbaar en ondoorzichtig.

Op 1 april 2017  is de wet voor afschaffing van het pensioen in eigen beheer in werking getreden.