Optie 3: Niets doen

De DGA kan ook besluiten om niet af te kopen of om de pensioenverplichting niet om te zetten naar een spaarvariant/oudedagsverplichting (ODV). De pensioenvoorziening blijft dan in de huidige vorm “bevroren” op de balans van de BV staan. Verder opbouwen is niet meer mogelijk. Jaarlijks zal er wel rente aan de voorziening moeten worden toegevoegd en (indien van toepassing) zal de indexatieverplichtingen (open-indexatie) nagekomen moeten worden.

De “oude wetgeving” blijft van kracht. Dit betekent ook een jaarlijkse actuariële waardering van de fiscale als de commerciële waarde van de pensioenvoorziening. De dividendtoets (dividendklem)blijft eveneens gelden. Fiscaal voordelige pensioenopbouw in eigen beheer is vanaf 2017 niet meer mogelijk.

Oude wetgeving

Tot en met 2016 kan de DGA in eigen beheer een pensioenvoorziening opbouwen. De DGA is zowel werknemer als werkgever. In tegenstelling tot andere werkgevers en werknemers hoeft de pensioenvoorziening niet bij een pensioenfonds of bij een verzekeraar te worden ondergebracht. Voor de DGA is dit interessant omdat het geld binnen de onderneming kan blijven. Als werknemer krijgt de DGA een pensioentoezegging van de BV (pensioenbrief). De BV treft als werkgever hiervoor een pensioenvoorziening.

De jaarlijkse dotatie aan de pensioenvoorziening wordt berekend met behulp van gespecialiseerde berekeningssoftware of door een actuaris. De dotatie is aan een fiscaal maximum gebonden.
Jaarlijks wordt zowel een fiscale als een commerciële waarde van de pensioenvoorziening vastgesteld. Ook hiervoor is een actuariële berekening nodig. Deze berekening houdt onder andere rekening met rente. Voor de fiscale waarde is dat (minimaal) 4% en voor de commerciële waarde de marktrente. Bij de commerciële waarde wordt ook rekening gehouden met salarisstijgingen en indexaties voor de toekomst. (zie RJ 271 en uiting RJ 2014-4)

Kleine rechtspersonen mogen de balans op stellen volgens fiscale grondslagen (commercieel volgt fiscaal). Gegeven de dividendklem is dit ook wat er in de praktijk gebeurd. De commerciële waarde wordt dan gebruikt om te toetsen of de BV voldoende vermogen heeft om dividend uit te keren. De huidige wetgeving vinden DGA’s en de belastingdienst vinden de huidige wetgeving te ingewikkeld, te kostbaar en ondoorzichtig.

Dividendklem

Een DGA die een pensioenvoorziening heeft getroffen in zijn BV (pensioen in eigen beheer) heeft al jaren last van de dividendklem. De dividendklem ontstaat door het (grote) verschil in de commerciële waarde en de fiscale waarde van de pensioenvoorziening op de balans van de onderneming.

Doordat de rente extreem laag is en vooral veel lager is dan de fiscale rente (4%) is de commerciële waarde van de pensioenvoorziening vele malen (3 tot 4 keer) hoger dan de fiscale waarde.
De meeste ondernemers passen een fiscale waardering toe. Echter als u dividend wilt uitkeren is de commerciële waarde van de pensioenvoorziening leidend. Wanneer het eigen vermogen van de BV op commerciële waarde negatief is kan geen dividend worden uitgekeerd. Dit is de dividendklem.

Door de dividendklem kunnen vele ondernemers al jaren geen dividend uitkeren. Maar ook hebben zij beperkt toegang tot de financieringsmarkt. Immers ook de banken kijken naar de commerciële balans. Zij zitten dus “klem”. Door afkoop van het DGA pensioen wordt de DGA bevrijdt van deze dividend klem.

Om u een indruk te geven hoe groot deze klem is: de fiscale waarde van alle pensioenen in eigen beheer bedraagt nu circa 37 miljard euro, de commerciële waarde loopt op tot een bedrag van maar liefst 120 miljard euro.